| |

De top 10 van de beste boeken over pleegzorg 2024

Pleegzorg speelt een cruciale rol bij het bieden van een veilige en stabiele omgeving voor kinderen in nood. Voor duizenden kinderen is een stabiel en veilig thuis niet gegarandeerd, en pleegzorg komt tussenbeide om deze leegte op te vullen.

Pleeggezinnen bieden een tijdelijke of langdurige woonsituatie aan kinderen die om uiteenlopende redenen niet bij hun biologische familie kunnen blijven. Door hun huizen en harten open te stellen, bieden pleeggezinnen een verzorgende omgeving waar kinderen kunnen groeien.

Op deze pagina vind je de 10 beste boeken over pleegzorg. De boeken over pleegzorg zijn heel divers en worden daarom ook uitgebreid beschreven. Naast de boekomschrijving heb ik ook een link van Bol.com geplaatst. De link geeft veel extra informatie en via de link kun je het boek over pleegzorg eenvoudig en snel bestellen.

BoekenBoeken

Ik ben een pleegkind… en nu?

Pleegzorg biedt verschillende soorten zorg wanneer de ouders niet (meer) in staat zijn om die zorg voor hun kind zelf – parttime of fulltime – te dragen. Ook wanneer de veiligheid en ontwikkeling van een kind wordt bedreigd, biedt pleegzorg een vangnet. Een kind dat in een pleeggezin geplaatst is, kan met heel veel vragen blijven zitten. Dat zijn vragen die heel moeilijk te beantwoorden zijn vanuit het perspectief van de pleegouders en de hulpverlening.

Het boek wil deze vragen beantwoorden en biedt goede informatie, herkenbare ervaringsverhalen van pleegkinderen zelf en advies, tips en handvatten. Het boek zal vele jongeren in de pleegzorg de extra ondersteuning kunnen bieden die zij nodig hebben om zich positief te kunnen ontwikkelen en ontplooien in de maatschappij. Ik ben een pleegkind, en nu…? is voor alle tiener-pleegkinderen. De auteur is achttien jaar lang een pleegkind geweest, en weet uit eigen ervaring waar pleegkinderen tegenaan kunnen lopen.


Dit huis is een thuis

‘Dit huis is een thuis’ is een boek voor adoptie– en pleegkinderen en allen die bij adoptie of pleegzorg zijn betrokken.

In Nederland zijn veel multiculturele adoptie- en pleeggezinnen. Het gaat dan om gekleurde buitenlandse adoptiekinderen (bijvoorbeeld uit China of Zuid-Afrika) in een wit adoptiegezin of, bij pleegzorg, kinderen met een migratieachtergrond die vaak niet terecht kunnen in een pleeggezin of gezinshuis met dezelfde culturele achtergrond.

In ‘Dit huis is een thuis’ wordt aan de hand van 16 interviews een stem gegeven aan gekleurde jongeren die opgroeien bij witte adoptie- of pleegouders en zo samen een multicultureel adoptie- of pleeggezin vormen. Ze hebben verschillende culturele achtergronden (pleegzorg) en landen van herkomst (adoptie). In woord en beeld wordt zichtbaar gemaakt wie deze jongeren zijn en hoe zij zichzelf zien. Hoe ervaren zij hun gekleurde identiteit? In welke mate voelen ze zich verbonden met de cultuur van hun adoptie- of pleegouders en in welke mate met de cultuur van hun biologische ouders of land van herkomst? En hoe is het om met twee culturen op te groeien? Ervaren ze discriminatie, positief dan wel negatief?

Femmie Juffer schreef een inhoudelijk hoofdstuk over deze onderwerpen. ‘Dit huis is een thuis’ is een boek voor (jongvolwassen) adoptie- en pleegkinderen, (aspirant) adoptie-, pleeg- en gezinshuisouders en allen die vanwege hun studie of beroep bij adoptie of pleegzorg zijn betrokken. Het boek kan gebruikt worden bij de voorbereiding of begeleiding van adoptie- en pleegouders, maar ook in de (na/bij)scholing van adoptie- en pleegzorgwerkers, jeugdhulpprofessionals en studenten die hiervoor in opleiding zijn.


Bij elkaar blijven

Pleegzorg kun je beschouwen als een vorm van jeugdhulp. Of als een eeuwenoude manier waarop binnen een gemeenschap wordt gezorgd voor kinderen. Of als invulling van maatschappelijke betrokkenheid. Dat is het allemaal. Maar pleegzorg is vooral een verzameling verhalen over de manier waarop mensen zich verbinden met een kind dat niet bij hen geboren is. Pleegzorg als vorm van jeugdhulp stopt formeel als een kind eenentwintig jaar wordt, maar pleegouders en volwassen pleegkinderen blijven vaak met elkaar in contact. Bij elkaar blijven is een weergave van intense gesprekken die de auteurs hebben gevoerd met mensen die op enig moment in hun leven te maken kregen met pleegzorg.

Het waren gesprekken zonder vast draaiboek, die zijn opgetekend zoals ze zich voordeden. Gesprekken vol ontroerende momenten, verrassende wendingen en het benoemen van zaken die misschien wel bekend waren, maar toch nog ontdekt moesten worden. De verhalen leren ons dat pleegzorg veel verder reikt dan ‘de officiële duur’ van een pleegzorgplaatsing. Dat er verbindingen kunnen ontstaan die zo krachtig zijn dat ze, soms een leven lang, van grote betekenis zijn voor iedereen die erbij betrokken is.

Elkaar verhalen vertellen doet je beseffen dat je niet alleen bent en misschien begrijp je jezelf of elkaar beter na het gesprek. Ahmed Marcouch (burgemeester van Arnhem): ‘Ik denk dat ik het verleden verwerkt heb op mijn eigen manier en misschien nog aan het verwerken ben. Het begint wel met het erover hebben en het verhaal vertellen.’ In dit boek zijn verhalen en portretten gebundeld van pleegkinderen, ouders, pleegouders, eigen kinderen van pleegouders en familie van pleegouders, waarin naar voren komt hoe dat gevoel van ‘wij horen bij elkaar’ is ontstaan.


Ik ben een pleegkind

Sinds enkele dagen woont Lorenzo in een pleeggezin. Alles is anders dan thuis. Het eten, zijn bed, het speelgoed … Hij mist zijn mama, zijn broer en zijn hond Spike. Maar mama heeft beloofd dat ze hem binnenkort op zijn verjaardag komt bezoeken. Die dag wacht hij vol spanning. Om zeven uur ’s avonds is ze er nog steeds niet.
Dit prentenboek zoomt in op het thema pleegzorg. Het bevat naast een herkenbaar verhaal ook een bijsluiter met nuttige informatie over het onderwerp voor ouders en andere opvoeders.


‘Ik zou dat nooit kunnen’

Pleegzorg? Ik zou dat nooit kunnen! Maar waarom eigenlijk niet? Wij vertellen met onze (pleeg)kinderen hoe pleegzorg écht is. Wie weet raak jij door onze verhalen ook besmet met het pleegzorgvirus.

Wij leerden elkaar kennen door onze pleegkinderen. Wij horen vaak: ‘Ik zou dat nooit kunnen!’ Maar waarom niet? Pleegzorg bestaat in allerlei varianten. Kies wat bij je past. Crisisopvang, perspectief biedend, weekendopvang of vakantieopvang, alleen of samen met je partner, het kan allemaal. Wij vertellen samen met onze (pleeg)kinderen hoe pleegzorg écht is. Ook over het grote belang van een krachtig pleegzorgnetwerk.

Andere pleegouders hebben aan een half woord genoeg en geven praktische steun doordat ze komen oppassen, koken of poetsen. ‘Pleegouder zijn is snoeihard werken, maar fantastisch om te doen’, zegt Sjoerdina. ‘Het vraagt mensen met een groot hart en een beetje ruimte thuis.’ Lees onze eerlijke verhalen. Wie weet raak jij ook besmet met het pleegzorgvirus en zeg je: ‘Pleegzorg? Waarom eigenlijk niet?’


Pleegzorg maakt mij rijker!

Pleegzorgverhaaltjes van Femke de Boer, een ervaringsdeskundig ‘eigen kind’ uit een pleeggezin dat later zelf in de pleegzorg werkt en vanuit verschillende perspectieven pleegzorgervaringen deelt.


Hier woon ik – samenleesboek over pleegzorg

Hier woon ik is een boek over pleegzorg. Het richt zich op kinderen vanaf 7 jaar en is bedoeld om samen te lezen met een ouder of opvoeder. In het boek zijn vijf verhalen opgetekend over verschillende pleegkinderen, elk in een andere situatie. Er zijn pleegkinderen die al van jongs af aan in een pleeggezin wonen, er zijn er die slechts kortdurend pleegzorg nodig hebben. Sommige kinderen hebben al in veel gezinnen gewoond, anderen wonen in een gezinshuis. Naast het verhaal zijn er doorpraatvragen en biedt het boek extra informatie over professionals in pleegzorg.

Doordat dit boek de breedte van de pleegzorg in beeld brengt is er veel herkenning in de verhalen voor bijna alle pleegkinderen. Het boek biedt hierdoor veel handvatten om met (pleeg)kinderen in gesprek te gaan over pleegzorg in het algemeen, maar zeker ook over hun eigen situatie. Een aanrader voor pleeggezinnen maar ook zeker geschikt voor scholen en bibliotheken als documentatie voor spreekbeurten en werkstukken over pleegzorg.

Nieske Selles-ten Brinke is moeder van vijf (pleeg)kinderen. Ze woont in Ermelo en heeft jarenlang gewerkt in het basisonderwijs. Eerder verscheen van haar hand het boek Je hoeft niet te kiezen, een prentenpraatboek over wonen in een pleeggezin voor kinderen vanaf 3 jaar.

In Nederland zijn er ruim 17.000 pleegkinderen. Op elke school en bij elke club en in veel kerken zijn er kinderen die te maken hebben met pleegzorg.Het is belangrijk om met kinderen hierover in gesprek te kunnen gaan. Kinderen zijn nieuwsgierig en vragen veel, maar niet voor elk pleegkind is het fijn om te vertellen over de thuissituatie. Hier woon ik wil daarin tegemoet komen. Het boek bevat vijf verhalen over heel verschillende pleegkinderen. Dat biedt herkenning en laat de kinderen ervaren: ik ben niet de enige. Dit boek is een samenwerking tussen uitgeverij Ark Media, Pleegzorg Nederland en Stichting Kinderpostzegels.


Oei, pleegmoeder

Bloemlezing van 30+1 gedichten over pleegzorg

Je bent een kind, Je woont een tijdje of langer ergens anders, Je bent een ouder. Je gunt zo’n kind een plekje in je gezin. En dan? Oei. Dan heb je stof voor het schrijven van indringende gedichten. Pleegzorg mag dan van alle dagen en eeuwen zijn, vanzelfsprekend is het niet. Dichters als Remco Campert, Tjitske Jansen en Inge Lievaart kunnen erover meepraten. In rake bewoordingen zetten zij en andere dichters in 30+1 gedichten neer waar ook dikke boeken over zijn geschreven. De kleuren en beelden van Brigida spreken voor zich en zetten deze bloemlezing kracht bij.

Gedichten van Remco Campert, J.A. Dèr Mouw, Frans Hoppenbrouwers, Henk Fonteyn, P.A. de Génestet, Ati van Gent, Geert Holterveld, Tjitske Jansen, Ernie Kuijer, Ivon van Langen, Inge Lievaart, Koos Meinderts, Henk van ter Meij, Nel Benschop, Alice Nahon, Paul van Ostaijen, Alexandra Pareira, W.L. Penning jr. Thenera van der Pluijm, J.C. van Schagen, A.C.W. Staring, Kees Stip, Margriet Storms, Ineke Thierauf, A.F. Troost, Alfred Valstar, André van der Wal, Lévi Weemoedt en anderen.


Ze horen bij ons

Ze horen bij ons?! beschrijft een Bijbelse visie op gastopvang en (pleeg)zorg in gezin, kerk en op school. De titel geeft de ‘pijn’ aan in de relatie tussen ouders en pleegouders: ouders die niet meer voor hun eigen kinderen kunnen zorgen, pleegouders die gaan voelen dat de pleegkinderen ‘hun kinderen worden’, maar dat niet zijn. Dit boekje geeft een inkijk in de praktijk van pleegzorg en gastopvang. In het boek zijn diverse ervaringsverhalen opgenomen. Het is zodoende een handreiking voor gast- en pleegouders, scholen, ambtsdragers en gemeenteleden.


Zwartboek adoptie

Zwartboek adoptie in Nederland in de 20e eeuw

De invoering van de Adoptiewet in 1956 zorgde ervoor dat adoptie wettelijk onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid viel. Een grote vraag naar baby’s in Nederland door veelal kinderloze echtparen was het gevolg. Ongehuwde vrouwen stonden, vaak onder informele dwang, na de bevalling hun baby af. Dat gebeurde meestal in zogeheten doorgangshuizen waar zwangere meisjes en vrouwen verbleven en waaraan de overheid destijds financieel bijdroeg.

Naar schatting zijn tussen 1956 en 1984 rond de 15.000 tot 25.000 baby’s op deze manier afgestaan. Dit zorgde toen al voor veel leed, maar het werd decennia later nog veel pijnlijker toen geadopteerden op zoek gingen naar hun onbekende biologische moeders en vaders. Persoonsgegevens van geboorte- en adoptiefamilies blijken in geheime dossiers opgeslagen, zijn niet ter inzage of indertijd (moedwillig) verdwenen in opdracht van adoptieouders of zijn van hogerhand vernietigd.

In ‘Zwartboek adoptie’ vertellen geadopteerden over hun persoonlijke adoptieverhaal en de levenslange impact ervan. Evenals moeders die vaak onvrijwillig en onwetend ooit een baby afstonden aan andere Nederlandse echtparen. Ze durven nu eindelijk hun verhaal te doen. Afstandsmoeders, afstandsvaders, geadopteerden en ook niet geadopteerde kinderen en familieleden komen uitgebreid aan het woord.

Ook deskundigen die in hun werk in aanraking kwamen met adoptie als medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, therapeuten en jeugdhulpverleners, historici en hoogleraren in religiegeschiedenis en sociale demografische geschiedenis, een kinderrechter en een kindertehuisdirecteur vertrouwen hun ervaringen over de adopties toe aan dit zwartboek. Allen tekenen zo met elkaar de inktzwarte rand om de Nederlandse adoptiegeschiedenis. “We kunnen het niet veranderen, maar het gaat erom dat we het erkennen en van de fouten leren.”

De schrijfster van Zwartboek adoptie is Eugénie Smits van Waesberghe (1965). Zij is journalistiek onderzoeker, psychosociaal therapeut en coach. Zelf is Eugénie ook geboren in een doorgangshuis, onder dwang bij haar moeder weggenomen en ter adoptie in een pleeggezin geplaatst. De afgelopen vijf jaar stuitte Eugénie, mede door haar eigen zoektocht naar informatie over haar biologische moeder en vader, op gesloten deuren. ‘Veel is onbekend, over veel wordt gezwegen en weinig is mogelijk om duidelijkheid te krijgen,’ aldus Eugénie. Tijdens haar zoektocht kwam zij in contact met vele lotgenoten, wier verhalen, zoektochten, adoptieverleden en adoptieleed zij in dit boek heeft opgetekend.

Eugénie studeerde aan de faculteit Sociale Wetenschappen en de Rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Utrecht (Nederlands recht). Ze is getrouwd, heeft twee kinderen en werkt onder meer als psychosociaal therapeut en coach. Deskundige is Eugénie op het gebied van risicotaxatie, casusregie en het opstellen van veiligheidsplannen in complexe gezinssystemen en op het terrein van afstand, adoptie en hechting. Als deskundige en belangenbehartiger is Eugénie sinds 2018 lid van de ministeriële werkgroep Binnenlandse afstand en adoptie. Deze werkgroep heeft de totstandkoming van het landelijke onderzoek naar de binnenlandse afstand en adoptie en de oprichting van het landelijk meldpunt in 2019 voorbereid.


BoekenBoeken

Vergelijkbare berichten